Alle mensen moeten je dienst kunnen gebruiken. Houd rekening met diversiteit in fysieke, cognitieve, taal- en psychosociale vaardigheden. Let op omstandigheden en de context van gebruik. Pas vorm en inhoud van je dienst hier op aan.
Gebruikers kunnen slechte ervaringen hebben met digitale diensten. Soms hebben ze angst om fouten te maken, of vinden ze computers complex, onveilig en onpersoonlijk. Wees je daar van bewust en toon begrip.
Wil je dienstverlening voor iedereen, dan moet je in contact komen met je doelgroepen. Dit om te begrijpen wat nodig is en om te testen. Ga erheen. Denk bijvoorbeeld aan belangenorganisaties, openbare bibliotheken of zorginstellingen.
Realiseer je dat alle mensen door allerlei omstandigheden (tijdelijk) hindernissen kunnen ervaren in het gebruik van je dienst. Denk bijvoorbeeld aan ingrijpende levensgebeurtenissen. Psychosociale, cognitieve en taalvaardigheden zijn niet zichtbaar. Wees je daarvan bewust en werk drempels weg.